Een levensgenieter, een Bourgondiër, zo noemde men mij wel.  Eten, koken, dinertjes verzorgen, restaurants bezoeken, buitenlandse keukens ontdekken, het hoorde gewoon bij me. Ik heb het ook zo van thuis meegekregen. En vlees en vis ja, dat at ik vroeger elke dag! Dat daar dieren voor dood moesten wist ik natuurlijk wel maar daar had ik een beeld van zoals de meest mensen. Het was gewoon waarvoor deze dieren op aarde waren….. en op mijn bord zag ik het in de vorm van een balletje of een gepaneerd lapje dus ik zag de connectie niet, dacht er niet bij na. Het was gewoon normaal en iedereen deed het.

Veel later, toen ik biologisch ging eten, had ik de pretentie dat ik heel goed bezig was want ik at nu “diervriendelijk”. De dieren hadden een goed leven gehad en waren een pijnloze dood gestorven. Soms in gesprekken moest ik wel bekennen dat als ik er echt over ging nadenken het wel erg vond, dus blokte ik die gedachten meteen. Het gaf me een ongemakkelijk gevoel.

Ondertussen was ik op veel vlakken erg met het milieu begaan en leerde ik dat op de huidige schaal de veehouderij en vlees- en zuivelproductie onhoudbaar wordt voor onze planeet. Zeventig procent van de landbouwgrond en 30% van het totale aardoppervlak wordt voor vee gebruikt. De vee-industrie vervuilt haar omgeving met nitraat en antibiotica die in waterlopen terechtkomen. Deze gigantische industrie is een van de voornaamste drijfveren voor ontbossing en is ze een enorm grote waterverbruiker. Zo is er voor 1 kg rundvlees 16.000 liter water nodig, bijna evenveel als twee maanden douchen (bron: BE Vegan Belgische veganismevereniging).

Op een dag besloot ik: geen rundvlees meer! Dit had direct praktische gevolgen in mijn huishouden; er kwamen steeds meer heerlijke vegetarische maaltijden in huis en het vlees dat we aten was alleen nog kip. Op een dag kwam mijn dochtertje thuis van een boerderij; er waren kalfjes geboren en die werden direct naar het slachthuis gebracht. “Begrijp je dat nu mama? Dan ben je er net en dan moet je weer weg!” Haar woorden hakten erin en ik was blij dat ik in ieder geval kon zeggen dat wij nooit jonge dieren aten maar het ongemakkelijke gevoel kwam voor de zoveelste keer naar boven.

Ik ging steeds meer lezen en kwam erachter dat achter de termen “biologisch”, “scharrel” en “vrije uitloop” heel veel leed schuilgaat, van een mooi leven is zo goed als nooit sprake. En zelfs al is dit toch het geval, dan nog eindigt het voor al die dieren in letterlijke doodsangsten bij de slacht.

Vlak voor mijn 58ste verjaardag gingen we weer eens naar ons geliefde eiland Texel. Er was daar een geboortegolf van lammetjes uitgebroken. Ik was getuige van de geboorte van een vierling. De stal was een echte kraamkamer vol vrolijke bezoekers. Ouders leerden hun kinderen hoe ze voorzichtig de kleine lammetjes op schoot konden nemen. Er klonk “ooooh wat lief” en “aaaah wat schattig” en ineens greep het me aan. Ik zag al deze mensen boven hun lamsboutje zitten in de plaatselijke restaurants. Hoe hypocriet allemaal! En daar had ik mijn hele leven aan meegedaan! Het was alsof de oogkleppen waar ik mee geboren ben (wij allemaal) van me afvielen. Daar op Texel nam ik innerlijk al het besluit om vegan te worden. Ik wist het zelf nog niet maar mijn hart en ziel wel.

Thuisgekomen dompelde ik me onder in kennis. Kennis die ik al die jaren had laten liggen omdat ik het niet wilde weten. Kennis waar ik allesbehalve vrolijk van werd, maar kennis die ik nodig had om deze stap voluit te kunnen nemen. Ik keek alles aan, de undercoverbeelden, de misstanden in de slachthuizen, de weerzinwekkende artikelen en zwartboeken. Ik kan niet meer terug nu, want ik weet te veel. Maar ik voel me hiermee ongelooflijk gelukkig. Ik zie het als een hele positieve ontwikkeling. Bovendien ging er een compleet nieuwe wereld voor me open. Fantastisch gewoon!

Nu kon ik die wereld echt een beetje mooier en liefdevoller maken.

Inmiddels ben ik nu 3 jaren verder en sta ik er nog steeds 100% achter. Life-changing was het en niet altijd even makkelijk, maar daarover meer in een ander blog.